Ekenstein


 
Adres  Alberdaweg 70, 9901TA Appingedam, (0596) 62 85 28
Ontstaan 

Ekenstein (1648) is een van de twee landhuizen die in de Ommelanden bij Tjamsweer verrezen. De stichter van Ekenstein was dokter Johan Eeck, zoon van houtkoper Tjaart Eeck en zijn echtgenote Johanna Bernards uit Farmsum

Geschiedenis 

In 1723 werd het landhuis Ekenstein gerechtelijk verkocht met 32 grazen land. De omschrijving luidt dan: "Een fraai huis. Onder en bovenkamers en kelder, aparte kamer, keuken, meierskamer, schuurtje, loopstal, met de hoven, grachten, singels, bomen en plantages, konijnholenbergje met elderen beplant en de parken in het achterste hof met stenen opgezet, alles met stenen, straten, vermuurd en onvermuurd (excempt de zerken beelden) met poorten en muren, staketsels en afschuttingen, zijnde tevoren alleen 12 grazen bij de borg gebruikt en de andere 20 onder een huis dat afgesleten is beklemd, echter nu alle vrije landen". Deze beschrijving geeft de indruk dat Ekenstein een fraai landgoed was. Na deze gerechtelijke verkoop waren van 1724 tot 1754 de doopsgezinde families Doornbos en Modderman bezitters van Ekenstein.
Aan het einde van de 18e eeuw werd Ekenstein vergroot, verfraaid en voorzien van water rondom. Een gedenksteen in één van de muren vermeldde: "Aedificata 1648, Ampliata 1772". Dit betekent "Gesticht 1648, vergroot 1772". Het landgoed bleef eeuwen familiebezit van de Alberda's van Ekenstein. In 1827 werd het park aangelegd volgens een ontwerp in Engelse landschapstijl van stadshovenier Lucas Pieter Roodbaard. De boerderij van het landgoed was gevestigd in Het Schathoes. Willem Carel Alberda liet het landhuis in 1870 in neogotische stijl verbouwen. Hij gebruikte delen van afgebroken borgen. Zo bouwde hij een ridderzaal aan en liet hij het gevierendeelde wapen van Mello Alberda, heer van Nijenstein en het wapen van Joan Lewe van Middelstum in de muren van Ekenstein metselen. De gebrandschilderde ramen in de bibliotheek komen uit verschillende Groningse kerken. Het interieur en het exterieur van Ekenstein zien er nog steeds zo uit als na die verbouwing.
In de neogotische ridderzaal vindt u de authentieke houten schouw, gebrandschilderde ramen en een kroonlijst met gotisch "maaswerk", dat een cassettenplafond draagt dat meer uit de renaissance stamt dan uit de gotiek. Het plafond bleek na een schoonmaakbeurt prachtig licht turquoise van kleur te zijn, slechts door verwaarlozing bruin geworden. Aan het plafond hangt dezelfde kaarsenkroon van hertengeweien als in 1870, ontleend aan 16de-eeuwse Duitse interieurs. Ook het buffet, waarvan de deuren naar de smaak van die tijd voorzien zijn van spiegels, is bewaard gebleven, en een armleunzetel. In de zaal heeft rond 1880 waarschijnlijk de avondmaalstafel uit de kerk in Wirdum gestaan.
Een bijzonderheid is de 18e eeuwse antieke inbouwkast, die geschonken is door jonkheer meester J.W. van Iddekinge, die hem gekregen had van freule Iddekinge-Alberda van Ekenstein.
In de fraaie jachtkamer van landgoed Ekenstein ontving de vroegere bewoner jonkheer Alberda van Ekenstein zijn gasten. De kamer is uniek door zijn authentieke sfeervolle wandschilderingen op linnen, op alle vier muren. De schilderingen verbeelden decoratieve landschappen en jachttaferelen.
In 1946 kocht de gemeente Appingedam het inmiddels verwaarloosde Ekenstein. Het werd ingericht als hotel en recreatieoord. Onder deskundige leiding werden het park opgeknapt, de vijvers uitgediept en een hertenkamp aangelegd. Achtereenvolgens werden volières gebouwd; een kinderboerderij; een caviastad en een speeltuin. In 1957 werd het volledig gerestaureerde Schathoes als restaurant voor groepen in gebruik genomen.

Bewoners  De dokter Johan Eeck was de eerste bewoner van het huis, dat 750 jaar in de familie bleef. Johan Eeck studeerde en promoveerde aan de Academie in Groningen. Hij werd Secretaris der Stad, later van Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten. Hij is burgemeester van de stad Groningen geweest, evenals zijn zoons Sicco en Johan. Op gedenkstenen in de Der Aa-kerk in Groningen kunt u hun namen vinden.
In 1754 werd Onno Joost Alberda van de borg Scheltema-Nijenstein eigenaar. Hij was getrouwd met Anna Maria Hora van de Ennemaborg in Midwolda. De nieuwe eigenaar noemde zich voortaan jonkheer Onno Joost Alberda van Ekenstein. De Alberda's, één van de oudste adellijke families in ons land, kwamen oorspronkelijk uit 't Zandt. Daar stond hun stamhuis, de Alberdaheerd, wat later de borg "het Alberdahuis" werd.
Huidige doeleinden  Hotel-Restaurant
Toegankelijkheid  Toegankelijk
Foto's  Foto 1: voorgevel
Foto 2: neo-gotische zaal
Foto 3: frontaal
Kaarten Kaart 1900